Inbelverbinding

Ik was 13 toen ik voor het eerst de geluiden van een inbelverbinding hoorde. Onze computer was een log bakbeest dat een prominente plek in de studeerkamer innam, maar de inbelverbinding was tot in de huiskamer te horen. 

Het internet was in die tijd een digitale wildernis met her en der een nederzetting. Anders dan de struiken achter ons huis was deze ongerepte wereld slechts met een telefoonlijn en veel geduld toegankelijk. De piepjes en krakende geluiden van de modem die verbinding maakte waren een digitaal tromgeroffel, het aankondigen van avontuur.

Nu struin ik over het internet zoals ik vroeger in een boom klom, of door het struikgewas gleed: snel, gedachteloos en automatisch. De aloude piepjes en kraakjes zijn allang vervangen door stille efficiëntie. Soms denk ik nog terug aan het opwindende en frustrerende geluid van de inbelverbinding en het verwachtingsvolle gevoel dat het opriep. 

Het herinnert me eraan dat het soms leuker is om geduld te hebben dan meteen iets te krijgen. Dat het belangrijk is om altijd nieuwsgierig te blijven naar de volgende digitale horizon. En dat ik af en toe achter de computer vandaan moet, om in een echte boom te klimmen. 

Scroll naar boven